In het pedagogisch beleid geef je aan wanneer er wat er wordt gegeten. De kinderen bepalen daarbij zelf hoeveel zij eten. Een kind kan goed aangeven wanneer het genoeg heeft gegeten; het zal zichzelf niet uithongeren. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen onbewust de hoeveelheid eten aanpassen aan de hoeveelheid calorieën die ze eerder die dag hebben binnengekregen. Deze vaardigheid neemt af naarmate anderen meer invloed uitoefenen op de hoeveelheden die het kind eet. Hoeveel een kind nodig heeft, kan erg variëren. Een kind kan een tijd lang heel veel eten en plotseling weer veel minder. Dat is niet erg. Als het kind goed groeit en actief is, zit het meestal wel goed.

Zaken om rekening mee te houden:

  • Ook voor kinderen geldt dat bruinbrood en volkorenbrood beter zijn omdat ze meer vezels, vitamines en mineralen bevatten dan witbrood. Besmeer het brood met halvarine of zachte margarine. Deze zijn een belangrijke bron van vitamine A, D en E.
  • Beleg hoeft beslist niet alleen maar hartig te zijn. Het Voedingscentrum adviseert een half tot een heel plakje kaas en een half tot een heel plakje vleeswaar per dag. Binnen een goed voedingspatroon is dat voldoende om alle noodzakelijke voedingsstoffen binnen te krijgen. De rest van de boterhammen kan naar keuze worden belegd, bijvoorbeeld met jam, appelstroop, vruchtenhagel, tomaat of komkommer, groentenspread of fruit.
  • Geef kinderen tot vier jaar niet te veel melkproducten zoals melk, yoghurtdranken en vla. Kies bij voorkeur voor halfvolle of magere melk en andere melkproducten. Twee tot drie bekertjes per dag (samen ca. 3 dl) zijn voldoende.
  • Bij fruit is het belangrijk te bedenken dat de meeste vitamines in en direct onder de schil zitten. Op de buitenkant van de schil zitten veel bestrijdingsmiddelen behalve bij biologisch fruit. Dus: liever goed wassen dan schillen.

Voor algemeen overzicht:
Bron: www.voedingscentrum.nl
Meer lezen: www.dietistennet.nl